Waar begin je met kleuren kiezen voor je interieur?
Kleuren kiezen voor je interieur kan enorm veel doen: een ruimte warmer maken, groter laten lijken, rust brengen of juist net dat beetje spanning toevoegen waardoor het interessant wordt.
Maar waar begin je?
Ik merk dat mensen bij het kiezen van kleur vaak als eerste naar een kleurenwaaier grijpen. En eerlijk gezegd is dat meestal niet waar ik zou beginnen.
Want je huis hééft al kleuren.
De vloer, een bank die blijft, een houten kast, gordijnen, een keukenblad of misschien een schilderij waar je heel blij van wordt. Die kleuren zijn er al en hebben invloed op alles wat je daarna toevoegt.
Mijn uitgangspunt is daarom meestal: kijk eerst naar wat er is en kies daarna pas wat erbij moet.

Kleuren kiezen: begin bij wat je niet wilt veranderen
Loop eens door de ruimte en kijk vooral naar de grotere onderdelen.
Welke vloer ligt er? Is die warm of juist wat koeler van kleur? Welke kleur heeft de bank? Staat er veel hout in de kamer? Welke kleur hebben de gordijnen? En zijn er meubels die sowieso blijven?
Juist deze elementen vormen een mooi vertrekpunt voor je kleurenpalet.
Een eiken vloer kan bijvoorbeeld een gele, vergrijsde of juist wat roodachtige ondertoon hebben. Zet daar verschillende beige tinten naast en je zult zien dat de ene prachtig aansluit terwijl een andere ineens roze of grauw lijkt.
Dat is ook de reden waarom ik het lastig vind om op afstand te zeggen: “Neem deze kleur, die doet het altijd goed.”
Zo’n kleur bestaat eigenlijk niet.
Zoek naar kleuren die al terugkomen
Een goede truc is om eens heel precies naar een bestaand meubel, vloerkleed, schilderij of stof te kijken.
Daar zitten vaak veel meer kleuren in dan je op het eerste gezicht denkt.
In een houten tafel zie je misschien verschillende bruintinten, iets grijsgroen en zelfs een bijna zwarte nerf. In een vloerkleed kunnen naast beige ook zand, roest, olijf of taupe zitten.

Door één van die minder opvallende kleuren ergens anders terug te laten komen, ontstaat vanzelf samenhang.
Dat hoeft overigens niet exact dezelfde kleur te zijn. Liever niet zelfs. Verschillende nuances van een kleur maken een interieur meestal interessanter dan wanneer alles precies hetzelfde is.
Kies eerst je basis
Als je weet welke kleuren er al aanwezig zijn, kun je de basis bepalen.
Voor grote oppervlakken zoals muren kies ik meestal kleuren die de rest van het interieur ondersteunen. Dat hoeft absoluut niet altijd wit te zijn.
Een zachte zandkleur, warme greige, lichte kleitint of juist een vergrijsde kleur kan veel meer voor een ruimte doen. Ik schreef eerder al over welke kleur muur goed past bij industriële meubels — hetzelfde principe geldt eigenlijk voor elke woonstijl: kijk naar wat er al staat.
En ook hier geldt: kijk naar je eigen huis.
Een prachtige beige muur die je ergens op Instagram hebt gezien, kan thuis ineens heel anders uitpakken doordat jouw vloer, meubels en lichtinval anders zijn.
Daarna mag er best wat spanning komen
Bij kleuren kiezen voor je interieur hoeft niet alles exact dezelfde beige tint te hebben om rustig te ogen. Rustig en interessant hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Juist een diepere kleur kan ervoor zorgen dat de lichtere kleuren mooier uitkomen.
Dat kan een olijfgroen kussen zijn, een donkere kast, zwart in een lamp of bijvoorbeeld een warme roestkleur in een kunstwerk.

Ik kijk daarbij graag naar basis, accent en contrast.
De basis zorgt voor rust.
Accentkleuren brengen sfeer en persoonlijkheid.
Contrast zorgt voor diepte.
Je hoeft daar overigens geen ingewikkelde kleurformule van te maken. Als je steeds vanuit hetzelfde palet blijft werken, ontstaat de samenhang vaak vanzelf.
Houd rekening met licht
Misschien wel het belangrijkste onderdeel bij kleur kiezen: bekijk een kleur in de ruimte waar hij uiteindelijk komt.
Daglicht verandert gedurende de dag en daarmee verandert ook de kleur.
Een kamer op het noorden heeft doorgaans koeler licht. Een warme tint kan daar juist prettig zijn. In een kamer met veel warm zonlicht kan diezelfde kleur veel geler of intenser ogen.
En kunstlicht doet ’s avonds weer iets heel anders.
Daarom werk ik liever met een grote kleurstaal of tester dan met zo’n klein strookje uit een kleurenwaaier. Verplaats de staal door de ruimte en kijk er ’s ochtends, overdag én ’s avonds naar.
Pas dan krijg je een goed beeld van wat een kleur werkelijk doet.
Kies niet te veel kleuren
Als je eenmaal enthousiast bezig bent met kleuren kiezen, ligt er nog een ander gevaar op de loer: te veel willen.
Je hoeft niet iedere mooie kleur die je tegenkomt ook in je woonkamer te gebruiken.
Een beperkt palet geeft meestal meer rust. Binnen dat palet kun je vervolgens volop variëren met lichte en donkere nuances en met verschillende materialen.
Een zandkleurige muur, naturel linnen gordijnen, een beige bank en een licht vloerkleed kunnen qua kleur dicht bij elkaar liggen en toch absoluut niet saai zijn. Het verschil in structuur zorgt al voor leven.
Voeg daar hout, een diepe accentkleur en misschien wat zwart aan toe en het beeld verandert volledig.

Durf eerst te kijken voordat je kleuren kiest
Wat ik vooral wil meegeven: begin niet met de vraag welke kleur is mooi?
Begin met:
Wat heb ik al? Wat wil ik behouden? Welke kleuren zitten daarin? En welke sfeer wil ik daarmee maken?
Dan wordt een kleurenwaaier ineens een stuk minder overweldigend.
Bij een kleuradvies doe ik eigenlijk precies hetzelfde. Ik kijk eerst naar de ruimte, het licht en de materialen die er al zijn. Pas daarna komen de kleuren op tafel.
Want een goed kleurenpalet hoeft niet volgens een bepaalde trend te zijn.
Het moet vooral voelen alsof het altijd al bij jouw huis hoorde.
Twijfel je nog waar je moet beginnen met kleuren kiezen voor je interieur, of wil je gewoon een keer sparren?
